Huisvesting van de Kwartel

Er is niet echt een kant en klare beschrijving van hokken of voliéres voor kwartels, dit is helaas niet mogelijk omdat de hokken afhankelijk zijn van de beschikbare ruimte, de eigen wensen en mogelijkheden voor de hokken, de kwartelsoort, het aantal kwartels dat je wilt houden, ..

Om ideeën op te doen over zowel de soorten kwartels als de mogelijkheden voor huisvesting, is het verstandig voldoende tijd vrij te maken om te kijken bij ervaren fokkers. Deze bezoeken betalen zich later terug in een goede keuze van zowel dieren als hokken. Er zijn verschillende manieren om adressen van fokkers te krijgen, op internet vind je er redelijk wat, mocht je er geen vinden mag je ons altijd contacteren op: kwartel@e-mike.be.

Algemeen

Voor het houden van kwartels zijn er globaal drie mogelijkheden:
• in voliéres, vaak samen met andere vogels, meestal tropische vogels of kleine duiven
• in aparte, voor kwartels gemaakte, hokken met of zonder uitloop (ren)
• in kleine kweekkooien of vitrines (kamervoliéres), meestal in een schuur of garage, maar soms ook in huis.

Regelmatig wordt gevraagd of kippen en kwartels samen gehouden kunnen worden. Dit is echter geen goede combinatie. Kippen spelen de baas in de groep, de kwartels worden weggepikt en verjaagd, komen daardoor niet tot hun recht en worden vaak erg schuw. Er is ook meer kans op ziekten.

Bovendien hebben kippen en kwartels verschillend voer nodig en dat is in een gezamenlijk hok en/of ren lastig te regelen.

Voliéres

Grondkwartels leven op de grond en kunnen goed met tropische vogels en duiven samen gehouden worden in voliéres.
De kwartels vliegen soms, als ze schrikken, omhoog maar zitten nooit op takken of zitstokken. Er zijn ook kwartels (zoals de kuif- en boomkwartels) die overdag vooral op de grond leven, maar omhoog willen in bomen of struiken als het nacht wordt. Zij brengen bij voorkeur de nacht door op takken of zitstokken. De andere bewoners van de voliére schrikken van de opvliegende kwartels. Hierdoor kan het in de voliére erg onrustig worden. Deze boom- en kuifkwartels kunnen beter een eigen voliére of hok hebben zonder inwoning van andere vogels.

De leefwijze van kwartels van een bepaalde soort wordt beschreven op de pagina 'soorten'.

Het hok

Het (binnen)hok kan op vele manieren worden gemaakt. Hieronder worden op basis van praktijkervaringen enkele nuttige richtlijnen gegeven:
• hout is prima materiaal en gemakkelijker te verwerken dan stenen
• denk aan de grootte van het hok. Maakt het hok niet te krap en te klein. Het hok kan zo gemaakt worden dat de verzorger ook binnen staat om met de dieren bezig te zijn. Dit is erg plezierig bij slecht weer. Hokken met sta- en werkruimte zijn ook handig omdat kwartels watervlug zijn en gemakkelijk ontsnappen. De extra binnenruimte werkt dan als een soort sluis. De ervaring leert dat het binnen kunnen werken in de hokken veel extra plezier geeft aan de hobby. Het kost meer om deze hokken te bouwen, maar dat is het wel waard.
• de hokken hebben voor optimale lichtinval bij voorkeur de ramen op het zuiden
• het fokken van jonge dieren vraagt meerdere hokken die nodig zijn om de jonge dieren te kunnen onderbrengen. Hanen kunnen, afhankelijk van de soort en het jaargetijde, meestal niet bij elkaar geplaatst worden. Vaak draait dit uit op vechten.
Ook voor extra hanen zijn aparte hokken nodig.
• de hokken kunnen dubbelwandig worden gebouwd en eventueel nog worden voorzien spouwisolatie. Deze bouwwijze maakt de hokken vorstbestendig. Dit is niet alleen gemakkelijk om de waterbakken ijsvrij te houden, maar sommige soorten kwartels verdragen ook geen vorst
• bij open-fronthokken (dit zijn hokken met één open zijde die is afgedicht met gaas) moet worden voorkomen dat er regen naar binnen slaat
• kwartels kunnen niet goed tegen tocht. De hokken moeten echter wel voldoende ventilatie hebben.
• het is aan te bevelen om elektriciteit aan te leggen in de hokken. In de donkere wintermaanden werkt het plezieriger met lamplicht bij de hand. Bovendien is het soms nodig de hokken te verwarmen voor jonge kuikens en voor kwartels die de winterkou niet verdragen.

Grootte van het hok

De grootte van het hok of de hokken is afhankelijk van de soort kwartels die is gekozen, van de beschikbare ruimte voor het hok, de financiële middelen, de gemeentelijke richtlijnen, het aantal te houden dieren en de keuze om al dan niet jonge dieren te gaan fokken. Bij de bespreking van de soorten worden enige richtlijnen voor de grootte van de hokken gegeven.

Rennen

Rennen kunnen op vele manieren worden gemaakt. Voor de rennen is het nodig om dubbeltjes- of voliéregaas te gebruiken, omdat jonge kwartels erg klein zijn. Voor de bovenkant van de rennen of voliéres wordt hetzelfde gaas of golfplaten gebruikt. Vaak wordt ruim 20 centimeter onder het bovengaas of de dakbedekking een tweede laag gaas
gespannen. Voor deze tweede laag wordt zacht kunststofgaas gebruikt, dat in vele maten te koop
is. Dit zachte gaas voorkomt dat omhoogvliegende kwartels hun kop beschadigen. Bij hoge voliéres (ruim twee meter) is een dubbele laag niet nodig. De voorkeur heeft het overkappen van de ren met doorzichtige golfplaten. Hiermee wordt
voorkomen dat de mest van overvliegende vogels in de voliére terecht komt en mogelijk ziekten worden overgebracht

In de natuur gebruiken kwartels graag schuilgelegenheden om zich te verbergen bij gevaar of als zij schrikken. In de hokken en voliéres moeten de dieren ook schuilgelegenheden ter beschikking hebben. Op deze manier wordt ook voorkomen dat de dieren bij schrikken veel opvliegen. De hennen kunnen ook al te opdringerige hanen ontlopen door te schuilen. Voldoende beschutting is ook noodzakelijk om de hennen aan het broeden te krijgen. Schuilgelegenheid maken is niet moeilijk. Schuingeplaatste stukken boombast, grote bloempotten met een gat in de zijkant, een stapeltje stenen met daaronder enige ruimte, stukken rietmatten, planten of grote pollen gras voldoen prima. Kortom, er zijn mogelijkheden genoeg.

Een tweede ‘dak’ in de hokken is minder nodig omdat de dieren binnen niet zo snel schrikken. Kwartels kunnen snel leren dat de verzorger er aan komt en zijn in de hokken dan ook niet zo schrikachtig. Gebruik direct vanaf de geboorte altijd eenzelfde fluittoon of een ander geluid zodat de dieren ‘weten’ dat er een bekende aan komt en er geen gevaar dreigt.

Kwartels hebben zowel in het hok als in de ren een droge bodem nodig omdat:
• een natte ondergrond of nat strooisel kwartels ziek maakt. Zij kunnen er van nature niet tegen
• een droge ondergrond en strooisel grotendeels darmwormen, coccidiose en blackhead voorkomt, voor meer informatie ga naar de pagina 'ziektes'.
• een droge bodem de dieren de mogelijkheid geeft om zandbaden te nemen. Zij kunnen niet zonder zandbaden en doen dit vele malen per dag. Zo voorkomen zij zelf de uitbraak van luizen- en vlooienplagen. Schoon scherp zand is prima materiaal, zowel binnen als buiten. Keutels en veren worden met een oude keukenzeef uit het zand gezeefd en alles is weer schoon. Er is wel een maar: kuikens mogen tot een leeftijd van drie – vier weken nooit op zand lopen. Zij eten zand en worden ziek. Gebruik in deze eerste weken fijne houtkrullen. Zaagsel is ongeschikt omdat het teveel stuift. In plaats van zand als bodembedekking, kunnen ook aparte zandbakken in de hokken geplaatst worden. Neem dan een kist of doos van ongeveer 30 bij 30 bij 15 centimeter. Doe in deze kist een laag zand van ongeveer vijf centimeter. De dieren kunnen op deze manier ook voldoende zandbaden nemen.

Om de grond in de voliére droog te houden, is het verstandig om ten minste een deel ervan te overdekken (zie bij beschrijving van de ren hierboven). De dieren hebben dan altijd een stuk droge grond met zand. Het ‘natte’ gedeelte kan bedekt worden met graszoden en enkele lage struiken of planten. Als het ‘natte’ gedeelte bedekt is met zand, is het nodig de bovenste laag regelmatig te verversen. Hiermee wordt voorkomen dat de dieren last van darmwormen en andere
darmparasieten krijgen (zie de pagina 'ziektes'). Het ‘natte’ van de ren kan ook belegd worden met gebroken boomschors. Boomschors kan gemakkelijk met water worden schoongespoten.

Aparte hokken voor kwartels

Vrijwel alles wat hierboven is beschreven voor voliéres, geldt ook voor deze kwartelhokken. Voor grondkwartels is een hoogte van één meter of zelfs minder voor de ren al voldoende. Bij deze lage rennen is een tweede ‘dak’ wel noodzakelijk, zoals boven vermeld. Deze lage ren geeft de verzorger echter wel wat ongemakken.

Boomkwartels hebben een hogere ren (ruim twee meter) nodig, omdat ze graag omhoog willen. Als voorbeeld en voor de gedachtevorming wordt een bestaand hok voor grondkwartels beschreven. Met enige creativiteit, handigheid en voldoende informatie zijn prachtige hokken te ontwerpen en te (laten) maken.

Dit hok is volledig overdekt. De verzorger heeft een overdekte loop- en werkruimte. De loopruimte is een gang met haaks daarop vijf deelhokken op een rij. Deze deelhokken zijn 75 centimeter breed en 130 centimeter lang. De afstand tussen vloer en dak is ongeveer 110 centimeter. Het bijzondere aan het hok is dat de vloer 90 centimeter boven de grond is gemaakt.

Dit hok heeft enkele voordelen:
• krom staan en bukken is niet of nauwelijks nodig bij het verzorgen van de dieren
• de dieren blijven rustiger en worden tammer omdat zij op hoogte ten opzichte van de verzorger staan. Dat schrikt veel minder af
• de verzorger heeft veel meer zicht op en plezier van de dieren, ook bij slecht (winter)weer.

De voer- en drinkbakken staan in de binnenhokken. Grondkwartels hebben weinig neiging om omhoog te gaan, noch voor voer en water, noch om ’s nachts in de binnenhokken te slapen. Om dit probleem op te lossen, zijn de vijf buitenrennen op dezelfde hoogte gebracht als de binnenhokken. De buitenrennen zijn dus ook 90 centimeter boven de grond gemaakt. Elk deelhok heeft dus een eigen leefbalkon. De dieren lopen op gelijke hoogte de hokken in en uit.

De buitenrennen zijn afgedekt door lichtdoorlatende golfplaten (zie figuur 1 en figuur 2).

Figuur 1: Kwartelhok met rennen voor grondkwartels.

De buitenrennen hebben een houten vloer die bedekt is met gebroken boomschors. De rennen blijven droog omdat zij zijn afgedekt met doorzichtige golfplaten. In de binnenhokken wordt een dikke laag droog zand gebruikt.

Vooral voor het houden van kleine soorten grondkwartels is het op hoogte brengen van de hokken en rennen plezierig. Het op hoogte brengen van de rennen gaat gemakkelijk door een vloer op palen te maken. Hetzelfde wordt bereikt door stenen muurtjes te metselen tot ruim 90 cm hoogte en de ruimte op te vullen met puin en/of grond. Als bodembedekking wordt vervolgens nog een laag droog zand gebruikt.

Figuur 2: Plattegrond van het kwartelhok.

Er zijn ook kant en klare hokken te koop. Meestal worden deze hokken verkocht als kippenhokken voor stads- of kleine tuinen. Deze hokken hebben het nadeel dat er geen ruimte is om binnen te staan en te werken. Bovendien zijn de nachthokken vaak op hoogte gemaakt om ruimte te besparen. De ruimte onder het hok wordt dan gebruikt als ren voor de kippen. Voor kwartels is dit hok niet geschikt. Zoals beschreven hebben grondkwartels geen neiging om omhoog te gaan en leren slecht om een trapje op te lopen. Een lage trap gaat nog wel, maar een steile trap wordt lastig. Het is maar de vraag of boomkwartels leren om het trapje op te gaan naar het nachthok.

Kleinere hokken zonder uitloop (kweekhokken of vitrines)

Deze hokken worden vaak gemaakt in een garage, een schuurtje of in huis (op zolder). Deze manier van huisvesting kan prima, vooral bij de kleinere soorten grondkwartels. Voor deze kleinere hokken geldt precies hetzelfde als voor de grotere hokken of rennen, zowel wat betreft inrichting, bodembedekking als materialen.

Kleine hokken kunnen ook worden gestapeld. Hierbij is meer diepte belangrijker dan breedte en hoogte, omdat grondkwartels altijd op de grond leven. Een tweede ‘dak’ in deze lage hokken is wel nodig om kopbeschadigingen bij opvliegen te voorkomen. In dit soort hokken voldoet noppenfolie prima. Deze kleinere hokken zijn voor boomkwartels minder geschikt. Op deze manier wordt deze kwartels hun natuurlijk gedrag om op hoogte te slapen ontnomen. Zij moeten altijd de mogelijkheid hebben om ’s nachts omhoog te gaan op stokken. Dit natuurlijke gedrag mag hen
niet onthouden worden.

Figuur 3: Kleine stapelhokken met tussenverbindingen voor grondkwartels.

Het voordeel van deze hokken is dat de dieren alvast wennen aan kleine hokken, zoals die ook op tentoonstellingen worden gebruikt. Bovendien zien de dieren in deze hokken vaker mensen van dichtbij en zijn daardoor minder schuw.

Het is niet noodzakelijk dat de dieren altijd naar buiten kunnen. Kwartels zijn echter wel graag buiten. Zij krijgen buiten frisse lucht en zonneschijn. Het verenkleed van kwartels die veel buiten zijn blijft ook mooier dan dat van kwartels die altijd binnen worden gehouden. Het is handig om naast het grote buitenhok ook nog enkele kleinere (binnen)hokken te hebben, zoals hierboven beschreven.

In deze kleine binnenhokken kunnen de kuikens opgroeien en zij kunnen als tijdelijke hokken gebruikt worden als er in het buitenhok te veel dieren zitten. In deze kleine binnenhokken kunnen ook dieren geplaatst worden als de winter erg streng en/of vochtig is. Een bijkomend voordeel is dat de waterbakken in de garage of de schuur minder snel bevriezen.

Bovendien kunnen de binnenhokken uitstekend gebruikt worden als trainingshokken voor de dieren die later naar de tentoonstellingen gaan.

Figuur 4: Stapelhok van binnen gezien.